Over ons schip

Deze 31,5 meter lange aak heeft in haar vroege jaren dienst gedaan als graanschip in Groningen. Door haar vlakke bodem en haar minimale diepgang was dit schip ideaal voor de ondiepe wateren aldaar. Daarna heeft zij nog een tijdje gediend als afvalschip in de Rotterdamse haven. In 1982 is ze door onze groep aangekocht. Vanaf die tijd is er door bestuur en ouders hard aan vertimmerd om haar om te dopen tot een degelijk wachtschip voor onze groep. Wilt u meer weten over de geschiedenis lees dan snel door!

aak [scheepsbouw], vaartuig met platte bodem en brede boeg. Veel gebruikt als vrachtvaartuig is de rijnaak, een sleepschip met een laadvermogen dat niet zelden de 2000 t overschreed. Sedert de opkomst van de duwvaart en motor- of Rijnschepen die beschikken over eigen voortstuwing, is de betekenis van de rijnaak sterk achteruitgegaan. Enige oude typen als lemsteraak, boeieraak en wieringeraak worden nog wel gebouwd als sportzeilvaartuig.
We noemen ons schip wel ‘aak’, maar stiekem is het een ‘luxe motor’

On schip van binnen

Onze keuken en bar
Onze keuken en bar
NMS_8157
Ons 8-pits fornuis
NMS_8158
Het keukenblok
NMS_8155
Het voorste deel van het ruim
ruim 2
Het gehele ruim
Ruim1
Het achterste deel van het ruim
NMS_8162
Het heren-toilet
NMS_8163
Het dames-toilet
NMS_8164
De douche op het dames-toilet
NMS_8147
Het stuurhuis
dek
Het dek
NMS_8134
De nieuwe motor

Uitgebreide geschiedenis Wildevaer II

Onderstaand stuk is geschreven door Willem Mulder te Lyon, juli 2014 en gaat in op de bouw van ons schip op de Stadskanaalster scheepswerf en de geschiedenis van het schip.

De geschiedenis van een Stadskanaalster scheepswerf

De Gebroeders Mulder (Pieter en Aalie) vormden de vierde generatie in de familie Mulder, die schepen bouwde in Stadskanaal. Hun overgrootvader Lucas Pieters Mulder (1813 – 1897) had in 1852 een scheepswerf opgericht aan het Boerendiep in Stadskanaal Noord. Hun grootvader Pieter Lucas Mulder (1840 – 1926) had in 1870 een helling gekocht aan de Scheepswerfkade.

werf

De werf van Pieter Mulder omstreeks 1900 (collectie auteur).

Zijn oudste zoon Lucas (1876 – 1962) erfde in 1903 de helling aan het Boerendiep en zijn tweede zoon Willem (1879 – 1936) de helling aan de Scheepswerfkade. Deze ging in 1936 over naar Willem’s zonen Pieter (1904 – 1985) en Aalie (1909 – 1995, mijn vader).

Pieter en Aalie Mulder hadden in januari 1932 de werf van Gebr. Van der Werf aan de Scheepswerfkade (ongeveer 100 meter ten Noord-Westen van de werf van hun vader) kunnen kopen. Dat was twee maanden na de plotselinge dood van Hendrik van der Werf , toen zijn broer Harm van der Werf had besloten het bedrijf niet alleen voort te zetten.
Zo waren Pieter en Aalie Mulder in het bezit gekomen van een dwarshelling. Op deze helling konden ze schepen droogzetten en dus veel gemakkelijker repareren dan op de kanthelling van hun vader Willem Mulder.

werf2

De scheepswerf van Gebr. Mulder omstreeks 1950 (collectie auteur).

De geschiedenis van de ‘Semper Spera’

Zoals gebruikelijk hielden de scheepsbouwers vrijwel elke dag hun hellingschrift bij. Zo heb ik een groot aantal gegevens betreffende de economie van de werf kunnen putten uit de hellingschriften van mijn vader.

Jan. 29 (1934), zo schreef Aalie Mulder (toen 24 jaar) in zijn werfschrift:
(Broer) Piet heeft een Motorboot van 120 ton aangenomen met 40 pk Kromhout Motor voor
f 10.000,- (vergelijkbaar in 2014 met ± € 90.000,-). Kruiser achterschip . Dit is, gelooven we, nogal een tamelijk goede prijs.

aak

De bouwtekening van de Motorboot (collectie Canisius, Nijmegen).

Om dit schip te kunnen bouwen waren arbeidskracht en materiaal nodig. Jan. 30 (1934). Niewold en Zn weer begonnen te werken. Accoord als volgt: er wordt gewerkt van ‘s morgens half 7 – half 9 en van 9 – 12 uur en van 1 – 5 uur. Zaterdags tot 1 uur. Dus 9 uur per dag en totaal 51 uur per week. Loon f 20,- per week met hun beiden: Niewold f 14,- (± € 126,-) en Klaas f 6,- (± € 54,-). Zegels en ziekte geld voor ons. Dit wordt voor N. dus ± 28 ct per uur en Klaas ± 12 ct.

Tien dagen later volgden meer ‘oude bekenden’ (d.w.z. mensen die al eerder op de werf hadden gewerkt) en bedongen vader en zoon Niewold elk een gulden meer per week:
Febr. 10 (1934). L. Groenhof aangenomen voor 28 ct per uur, Niewold voor f 15,- per week met 51 uur en Klaas f 7,- per week met 51 uur. P. Nanninga f 7,- en E. Drenth f 6,50 met 51 uur. H. Goeree en Zn klinken aangenomen. M. Drenth f 6,50 en J. Klad f 15,- p.w. Dodde
f 5,- p.w., J. Koops f 15,-.

Uit de bovenstaande regels kunnen we concluderen, dat de werknemers in die tijd niet in vaste dienst waren, maar werden ingehuurd voor een bepaalde periode, in de regel de bouwtijd van een schip. Enkele werknemers waren zelfs in daghuur. De algemene gedachtegang in die jaren betreffende de werknemers was dat die blij moesten zijn als ze werk hadden “gekregen”. Het was crisistijd, één derde van de beroeps bevolking was werkloos in die jaren!
Dankzij de opdracht van schipper Ridderbos waren elf mensen weer aan werk gekomen.

Wat het materiaal betreft, Aalie Mulder vermeldde in zijn werfschrift:
Febr. 7. IJzer gekocht van H.L. Korten (± 18 ton), Dikema en Chabot. Platen doorsneeprijs
f 5,90 (per 100 kg). Merkels f 12,80, Reeling 11,30.
Febr. 12. Begonnen met de nieuwe boot van Ridderbos.
Febr. 15. IJzer aangekomen van Dikema en Chabot, ± 29 ton, per Hunzeboot.
Mrt 5. Vandaag kiel gelegd voor de motorboot van Ridderbos.
Mei 8. Boot Ridderbos te water gelaten. Dit ging prachtig. De boot is reusachtig dicht.

Zoals uit bovenstaande aantekeningen blijkt, was de bouwtijd van dit schip wel bijzonder kort: twee maanden. En dat met 13 man (11 medewerkers plus 2 Mulders). Er werd dus hard gewerkt.
Schipper K.B. Ridderbos uit Wildervank, later gedomiciliëerd te Bierum, liet zijn motorschip Semper Spera (Altijd Hoop) dopen.

Ook de afbouw moet razend snel gegaan zijn, want Aalie Mulder noteerde:
Juni 30 (1934). Boot Ridderbos afgeleverd.
Dat was nog geen twee maanden na de tewaterlating!
De motor die was ingebouwd, was een Kromhout-dieselmotor van 44 pk.

kromhout

Een Kromhout dieselmotor (collectie Noordelijk Scheepvaartmuseum, Groningen)

Toen ze de order voor dit schip aannamen dachten Pieter en Aalie Mulder dat ze een tamelijk goede prijs hadden weten te bedingen. Evenwel enige tijd later voegde Aalie in zijn werfschrift toe: Slechte prijs. Inderdaad lag het prijsniveau van schepen in de crisisjaren een stuk lager dan dat van een paar jaar daarvoor.

De Semper Spera is één van de laatste schepen geweest die Gebr. Mulder vòòr de oorlog gebouwd hebben. Het was niet zo zeer nieuwbouw als wel scheepsreparatie en het verhuur van pramen, rijplaten en smalspoor, waarmee in die tijd de kost werd verdiend.
Daarnaast heeft het bedrijf van Gebr. Mulder zich na de oorlog toegelegd op bruggenbouw en constructiewerken. Eén van de goede klanten was het Waterschap Westerwolde en zo is menige brug in het landschap Westerwolde door Gebr. Mulder gebouwd.

briefhoofd

Het briefhoofd van het bedrijf omstreeks 1950 (collectie auteur).

In de jaren tachtig van de vorige eeuw, toen de Gebroeders Mulder eindelijk met pensioen gingen, is het bedrijf opgeheven. Op het terrein van de scheepswerf waar de Semper Spera van de helling liep, is een kapitale villa verrezen met een privéhaven in het vroegere hellinggat. Op het terrein van de andere, ongeveer 100 meter meer zuid-oostelijk gelegen werf, zijn enkele herenhuizen gebouwd. Verder is er niks meer te zien wat aan een scheepswerf herinnert (zij het een miniem verbredinkje van het kanaal). Men kent en vindt haar standplaats zelfs niet meer.

Wat is er verder van de Semper Spera geworden?
Door haar vlakke bodem en haar minimale diepgang was de Semper Spera een ideaal schip voor de ondiepe wateren van de Groninger veenkoloniën. Schipper Ridderbos vervoerde vooral graan in deze streken. In de regel liet hij zijn schip hellingen op de werf van Wolthuis in Sappemeer (thans nog bestaande als Historische Werf). Het was ook op deze werf dat het schip begin zestiger jaren van de vorige eeuw werd verlengd met vijf meter. Bij deze ingreep is dezelfde techniek gebruikt als in de dertiger jaren en de verlenging is geheel geklonken, terwijl de lastechniek in die tijd al ver ontwikkeld was. Tevens is er bij deze verlenging een nieuwe sterkere 6 cilinder Kromhout-motor van 105 pk in het schip gezet.

Eind jaren zestig van de vorige eeuw ging schipper Ridderbos met pensioen en verkocht zijn schip. In de jaren zeventig, toen de binnenvaart intussen hard achteruit was gegaan, heeft het schip nog dienst gedaan als afvalschip in Schiedam .

In 1982 kwam de Semper Spera in handen van de Zeeverkenners Canisius te Nijmegen. Deze ‘scoutinggroep’ was opgericht in 1963 met het doel om kinderen van 10 tot 18 jaar te leren om humaan met elkaar om te gaan en ook om hen de kunst van het zeilen bij te brengen. Vanaf 1965 beschikt de groep over een clubhuis aan de Mookerplas bij Plasmolen.

Na de aankoop van de Semper Spera hebben de zeeverkenners, geholpen door hun ouders, zich gigantisch ingezet en het schip volledig opgeknapt. Ze hebben het schoongekrabd en het geborsteld, het geteerd en geschilderd en ze hebben het zelf van binnen betimmerd .
Ze hebben hun schip Wildevaer II gedoopt en het afgemeerd in haar thuishaven bij het clubhuis aan de Mookerplas. Hier dient het als wachtschip voor de groep. Het ziet er nu prachtig uit. Tot op de dag van vandaag werkt de scoutinggroep nog steeds hard om de Wildevaer II in al haar schoonheid te behouden.In al haar glorie is het een lust voor het oog!
Wildevaer achteraanzicht
‘s Zomers vaart de Wildevaer II onder gezag van groepsleider Martin de Kleijn naar
Friesland, waar het wordt afgemeerd aan de Zwarte Brekken bij Sneek en dienst doet als wachtschip tijdens de zomerzeilkampen van de scouts.

Locatie Wildevaer II

Kijk waar de Wildevaer II nu vaart of wat de laatst bekende positie was. Scroll met uw muis op de kaart om verder in- of uit te zoomen.